Vaccinaties

Waarom vaccineren wij (huis)dieren eigenlijk? Zodra een dier wordt geboren krijgt hij of zij bescherming tegen infectieziekten mee van het moederdier via de melk. Deze bescherming, de zogeheten ‘maternale immuniteit’, werkt maar voor een beperkte periode. Om jonge dieren zo goed mogelijk te beschermen moet het moederdier goed gevaccineerd zijn. Op die manier kan zij zo veel mogelijk antistoffen doorgeven aan haar jongen. Daarnaast moet de infectiedruk in de omgeving zo laag mogelijk zijn.

Infectieziekten kunnen worden overgedragen vanaf het moment dat de jongen geboren worden en besmetting treedt vaak op wanneer uw dier contact heeft met andere dieren. Met vaccinaties kunnen wij ervoor zorgen dat regelmatig optredende ziektes geen (of verminderd) vat hebben op uw jonge en ook op uw volwassen dieren. Bij de hond en kat bestaan er een aantal basisvaccinaties en extra vaccinaties voor bepaalde situaties, zie hieronder. Ook is vaccinatie bij konijnen belangrijk.

Vaccinaties zijn ook nodig als u met uw dier op reis gaat (Rabiës/hondsdolheid) of ervoor kiest om hem voor vakantieperiodes in een pension onder te brengen (Kennelhoest). Het bewijs hiervoor kan door ons gezet worden in het dierenpaspoort.

We kijken naar de gezondheid en leefomstandigheden van uw dier

Voordat een dier gevaccineerd kan worden, moet gekeken worden of het dier gezond is, door eerst een goede gezondheidscontrole uit te voeren. En door aan u te vragen hoe het gaat met het dier. Verder heeft ieder vaccin een bepaalde gemiddelde werkingsduur, die varieert van een jaar tot 3 jaar. Bij de meeste diersoorten is een jaarlijkse vaccinatie voor een aantal ziekteverwekkers nodig, maar dus niet op ieder entmoment krijgt het dier dezelfde vaccinaties. Ook is het mogelijk van sommige ziektes een stuk van de weerstand in de vorm van antilichaamtiters te meten via een paar druppels bloed (het zogenaamde “titeren”). Dan kan het vaccineren soms uitgesteld worden. Dat kan op onze praktijk gedaan worden, zie ook de Vaccicheck.

Wij kijken met u naar het dier en bepalen op basis van dat dier en de omstandigheden welke keuze in vaccineren gemaakt kan worden.

Honden

Honden kunnen tegen verschillende ziektes worden ingeënt: Parvo, HCC (leverziekte), Hondenziekte (Distemper), kennelhoest, Weil (L4) en hondsdolheid.

De grote cocktail bestaat uit parvo, HCC en hondenziekte (DHP-enting) en deze geven we 1 keer in de 3 jaar. Voor de ziekte van Weil moet eens per jaar worden ingeënt. Ook de inenting voor kennelhoest moet jaarlijks worden gedaan. Deze inenting wordt vaak geëist als een hond in een pension wordt ondergebracht of bij deelname aan tentoonstellingen. Gaat uw hond niet naar het pension of tentoonstellingen, overleg dan met ons of deze inenting nodig is.

Vaccinatie schema 

Tot een aantal jaren geleden was het normaal om je hond elk jaar te vaccineren tegen allerlei verschillende ziektes. Het geadviseerde vaccinatiebeleid is de afgelopen jaren veranderd.

6 weken oud   –   Parvo en hondenziekte (Distemper)
9 weken oud   –   Parvo, ziekte van Weil en kennelhoest
12 weken oud –   DHP-enting en ziekte van Weil
1 jaar oud        –   DHP-enting, ziekte van Weil en kennelhoest

Hierna:
Jaarlijks          –   Ziekte van Weil en kennelhoest
Elke 3 jaar      –   DHP-enting

Hondsdolheid (rabiës) enting

De hondsdolheid enting is verplicht wanneer u met uw hond naar het buitenland gaat. Deze enting moet minimaal 3 weken vóór vertrek gegeven worden en is 3 jaar geldig. Wanneer u een hond uit het buitenland koopt, is het verplicht dat de hond of kat deze enting heeft gehad, vóórdat het dier naar Nederland komt. Heeft het dier deze enting niet gehad, dan mag het dier niet naar Nederland komen!

Katten

Bij katten wordt er over het algemeen tegen 2 ziektes ingeënt, namelijk niesziekte en kattenleukemie (FeLV). Deze vaccinaties zijn bedoeld om weerstand op te bouwen zonder echt ziek te worden. Om deze weerstand te behouden moeten inenting worden herhaald.

Vaccinatie schema kat

9 weken oud    –   Niesziekte en kattenleukemie (FeLV)
12 weken oud  –   Niesziekte en kattenleukemie (FeLV)
1 jaar oud         –   Niesziekte en kattenleukemie (FeLV)

Hierna:
Jaarlijks           –   Niesziekte
Elke 3 jaar        –   Kattenleukemie (FeLV)

Als de kat meegaat naar het buitenland is ook een inenting tegen hondsdolheid aan te bevelen (en soms zelfs verplicht). Het duurt 3 weken voordat de enting geldig is en deze inenting moet iedere 3 jaar worden herhaald.

Konijnen

Bij konijnen komen twee ernstige, besmettelijke virusziekten voor waartegen vaccinatie mogelijk is: myxomatose en RHD (Rabbit Hemorrhagic Disease). Van die laatste bestaan twee typen virussen: klassiek RHD (RHDV1) en RHDV2. Deze ziekten zijn vrijwel altijd dodelijk, dus het is belangrijk uw konijnen te beschermen door vaccinatie! Zowel myxomatose als RHD kunnen o.a. worden overgebracht door muggen en andere stekende insecten, zoals steekvliegen en vlooien, die vanaf de lente weer actiever worden. 

Myxomatose

Myxomatose wordt veroorzaakt door een virus dat verwant is aan de pokkenvirussen. Het veroorzaakt zwellingen rondom ogen, mond en anus en daarna ook bulten op oren en rug. Uiteindelijk krijgt het konijn vaak longontsteking waar het aan overlijdt. Het wordt overgebracht door insecten, maar er bestaat ook een vorm die wordt overgebracht door direct contact met andere konijnen. In Nederland komen regelmatig uitbraken van myxomatose voor onder wilde konijnen, maar ook huiskonijnen kunnen besmet worden.  

RHD

De twee virusvarianten die RHD veroorzaken worden verspreid via insecten en direct contact maar ook via vogels, via besmette bodembedekking of gras en u kunt het ook meenemen aan uw schoenzolen. RHD veroorzaakt een leverinfectie waardoor het dier inwendige bloedingen krijgt waar het aan overlijdt. De laatste jaren is vooral RHDV2 veel gesignaleerd, zowel bij wilde konijnen als bij huiskonijnen. 

Preventie

Het voorkomen van een besmetting is uiteraard van groot belang. Zorg dat uw konijnen geen vlooien krijgen (let op, niet elk vlooienmiddel is geschikt voor konijnen). Houd wilde konijnen weg bij uw eigen konijnen en neem maatregelen tegen muggen en vliegen, zoals horrengaas. Maak het hok goed schoon. Gebruik geen giftige chemische stoffen om muggen en vliegen te doden, deze kunnen schadelijk zijn voor het konijn. 

Vaccinatie

Daarnaast is het belangrijk de konijnen te laten vaccineren. Er bestaat al langere tijd een vaccin dat met één vaccinatie beschermt tegen zowel de klassieke vorm van RHD (RHDV1), als myxomatose. Er is tegenwoordig ook een vaccin dat beschermt tegen zowel RHDV2 als RHDV1. Zijn uw konijnen nog niet gevaccineerd, laat dat dan doen, omdat de besmettingskans in voorjaar en zomer het grootst is.  Met het nieuwe combinatievaccin van MSD is uw konijn een jaar beschermd. Konijntjes kunnen vanaf 5 weken oud ingeënt worden.